‘t Wijzerneusje – Juni

De ‘opera buffa’ is een operagenre ontstaan in Italië in de 18de en 19de eeuw uit de Commedia dell’arte. Aanvankelijk was dit genre kort en komisch en bedoeld om als intermezzo tijdens de pauze van een opera seria gespeeld te worden, Al gauw legden componisten verband tussen deze kluchtige intermezzi en ontwikkelde de opera buffa zich tot een zelfstandig operagenre. Het werd zelfs populairder dan de in verval geraakte opera seria en won ook aan bekendheid buiten Italië als toonaangevende genre in Europa. Een bekend voorbeeld van de opera buffa is “Le nozze di Figaro” van Wolfgang Amadeus Mozart.

Het verhaal van een opera buffa vond plaats in een alledaagse setting en de hoofdrolspelers waren gewone, eenvoudige mensen. Hierdoor werd het verhaal realistischer en begrijpelijker gemaakt. Dit staat in schril contrast met de opera seria, waar heroïsche figuren opgevoerd warden in een vaak mythologisch kader. De verhaal was speelser en luchtiger en zelfspot was een niet onbelangrijk element. Daarnaast bevatte de opera buffa enkel partijen voor normale stemmen en heel lage stemmen, de zogenaamde basso buffo. Dit in tegenstelling tot de opera seria, waar vooral heel hoge stemmen, zoals castraten en sopranen, ten tonele gebracht warden. Ten slotte kon de opera buffa met slechts vijf stemmen gezongen worden en niet zelden gewoon in dialect. Hierdoor trachtte men de opera bij het gewone volk te brengen.