Door Liefde Betoverd – 13 Maart 2015

Leuven Bestel Tickets

De Romantiek, of wat hebben Beieren, de Rijn en Rusland gemeen?

Romantische muziek zou men kortweg kunnen omschrijven als een 19e eeuws muziekgenre die complex, onstuimig, avontuurlijk, fantasierijk, grillig, contrastrijk is. In deze periode krijgt het orkest zijn volledige ontplooiing, nieuwe en vreemde muziekinstrumenten krijgen een ruime kans en komen vaker aan bod als solo-instrument. Componisten schrijven, naast ingewikkelde concertstukken waar de gevierde virtuoos kan floreren, eveneens pareltjes voor de zwaar versierde pluchen salons.

De muziek die wij vanavond gaan beluisteren is duidelijk geen salonmuziek. Zowel het solo-instrument als het grote orkest komen volledig tot hun recht. Je hoort de Romantiek in al zijn facetten: heldere melodieën, fantasierijke stukjes (von Weber), muzikale verklankingen van jonge meisjes in een jurk van zwanenveren (Tsjajkovski). Maar ook dramatische uitbeeldingen van de machtige Rijn en van zielenpijn (Schumann). Zowel Weltschmerz als verliefde hartjes. Dat is Romantiek. Sluit je ogen en luister. De sierlijke ballerina’s moet je er dan maar bij dromen.

Met solist Roeland Hendrikx

Programma:

– P. Tsjaikovski Suite uit het Zwanenmeer
– C.M. Von Weber Concerto n° 1 voor Klarinet
– M. De Jonghe, Short Symphony
– R. Schumann Symfonie n°3

Een woordje bij “Short Symphony”
Dit driedelig werk in post-moderne stijl vangt aan met een gebald, ritmisch hoofdthema. Om niet te vervallen in een star metrum worden dikwijls maatveranderingen aangewend.

Dit geeft de muziek onverhoedse accenten en spanningen.
Het tweede thema, ingeleid door de hobo, staat in fel contrast met het eerste thema door het gebruik van een rustige, zangerige melodie. Zoals in de klassieke sonatevorm volgt een doorwerking met elementen van het eerste thema en leidend naar een climax. Bij de reëxpositie wordt enkel het eerste thema herhaald.

Het tweede deel baadt in een bevreemdende, mysterieuze sfeer door het gebruik van schuivende clusters ( dissonante samenklanken ) in de strijkers. Deze worden soms onderbroken door vrije figuren in de blazers. Halverwege volgt een turbulente passage waarbij de koperblazers het hoofdmotief als het ware scanderen en tot een ongezien hoogtepunt brengen. Vrij abrupt wordt de rust teruggebracht met het klagende hoofdthema in de houtblazers. Mijmering en gelatenheid gaan het slotakkoord vooraf.
Het derde deel is gebaseerd op de giga, een dans van Italiaanse herkomst in een snelle 6/8 maat. Het is opgewekt en vrolijk van aard. Een belangrijk aandeel wordt gegeven aan
de houtblazers en in het bijzonder de piccolo. De dansante, onbezorgde ritmiek overheerst dit deel tot het sprankelende einde!
Marcel De Jonghe is ere-directeur van de muziekacademie te Dilbeek en ere-leraar aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel ( muziekschriftuur ). Hij schreef totnogtoe ongeveer 120 werken in diverse stijlen en bezettingen.

Nederlands